Aardbeien, bosbessen verlagen risico hartaanval

De data van deze studie zijn afkomstig uit de Nurses’ Health Study II. Bijna 94.000 gezonde vrouwen in de leeftijd van 25 tot 42 jaar hebben in dit cohort, gedurende een follow-up periode van 18 jaar, iedere 4 jaar hun eetgewoonten gerapporteerd. In deze follow-up periode deden zich 405 hartaanvallen voor.

Vrouwen die de meeste bosbessen en aardbeien aten, bleken 32% minder kans op een hartaanval te hebben in vergelijking met vrouwen die deze vruchten 1 x per maand of minder aten. Dit risicoverminderende effect gold ook ten opzichte van vrouwen die veel van andere soorten fruit en groenten aten. Zelfs als iemand op jonge leeftijd veel bosbessen en aardbeien eet, bestaat er een gunstig verband tussen het eten van deze vruchten en het risico op een hartaanval op latere leeftijd.
De resultaten bleken onafhankelijk van andere factoren, zoals leeftijd, hoge bloeddruk, het voorkomen van hartaanvallen in de familie, BMI, lichaamsbeweging, roken en koffie- en alcoholgebruik.

Het verband tussen het eten van aardbeien en bosbessen komt mogelijk door de hoge gehaltes aan flavonoïden in deze vruchten. Volgens de onderzoekers zijn met name de anthocyaninen verantwoordelijk voor bloedvatverwijding, het tegengaan van plaquevorming en andere cardiovasculaire voordelen. Anthocyaninen komen behalve in bessen ook veelvuldig voor in blauwe druiven, cranberry’s en blauwe bessen.

Voor dit onderzoek is gekozen voor bosbessen en aardbeien omdat deze vruchten het meest worden gegeten in de VS. Het is volgens de onderzoekers goed mogelijk dat ook andere fruit- en bessoorten die rijk zijn aan anhocyaninen vergelijkbare resultaten geven. Het extra toevoegen van besachtige vruchten aan de voeding of het gebruik van een anthocyaninen-supplement betreft een heel eenvoudige aanpassing van het dagelijkse voedingspatroon die een significante bijdrage kan leveren aan de preventie van hartaanvallen.

Cassidy A et al: High Anthocyanin Intake Is Associated With a Reduced Risk of Myocardial Infarction in Young and Middle-Aged Women; Circulation 127:188-196, 2013. PMID 23319811.

(31-01-13)