Gezondheidseffecten groente aangetoond

Veel groente eten is gezond, zo komt uit grootschalig epidemiologisch onderzoek naar voren. Toch blijkt slecht 2% van de Nederlandse bevolking de aanbevolen hoeveelheid van 150 g groente per dag te halen.
Wetenschappers zijn het nog niet eens over hoe en in welke mate een hoge groenteconsumptie aandoeningen als hart- en vaatziekten, kanker en diabetes kan helpen voorkomen. Groente bevat veel verschillende stoffen, elk met hun eigen subtiele gezondheidseffecten. Het is moeilijk te bepalen welke stof precies verantwoordelijk is voor welk effect. Bij veel epidemiologische studies is bovendien onduidelijk waaraan de gevonden gezondheidseffecten zijn toe te schrijven: aan het eten van groente of aan een algemene gezonde leefstijl.
Onderzoekers van TNO werken aan een nutrigenomics-aanpak die de subtiele gezondheidseffecten van voedingsmiddelen meetbaar maakt. Om deze methode te toetsen, voerden zij een interventiestudie uit onder 15 slanke mannen met een gemiddelde leeftijd van 36 jaar en een gemiddelde BMI van 23,4 en 17 mannen met overgewicht (gemiddelde leeftijd 40 jaar, gemiddelde BMI 30,3). De deelnemers aten volgens een gerandomiseerd schema tweemaal vier weken ofwel 50 g ofwel 200 g groente per dag. Ze kregen telkens voor een week verse (bieten, tomaten, uien en bloemkool) en blikgroente (sperziebonen, doperwten, worteltjes, tuinbonen en maïs) mee naar huis en mochten zelf kiezen op welke dag zij welke groente aten.
De fruitconsumptie werd beperkt tot 1 stuks per dag om verstorende effecten op de resultaten te voorkomen. De overige voedingsgewoonten en leefstijlfactoren bleven ongewijzigd. Elke vier weken stonden de deelnemers bloedmonsters en een stukje vetweefsel af.

De onderzoekers analyseerden de monsters niet alleen op klassieke biomarkers, maar bepaalden ook de gehaltes aan grote aantallen metabolieten en genen. De hoge groenteconsumptie resulteerde in hogere plasmawaarden van aminozuurmetabolieten, lagere waarden van 9-HODE (geoxideerd linolzuur) en prostaglandine D3 en lagere waarden van ASAT en ALP (markers voor leverschade), vergeleken met een geringe groenteconsumptie. In het vetweefsel werden als reactie op de groenteconsumptie veranderingen in genexpressie vastgesteld.
Bij de interpretatie van de gegevens gebruikten de onderzoekers geavanceerde software voor bioinformatica- en netwerkanalyse. Hiermee konden zij, op basis van bestaande wetenschappelijke inzichten, verbindingen leggen tussen moleculaire en klassieke biomarkers. Dankzij deze nieuwe aanpak konden ze de effecten van groenteconsumptie aantonen op het energiemetabolisme, ontstekingsprocessen en de mate van oxidatieve stress in het lichaam.

Pasman WJ et al: Nutrigenomics approach elucidates health-promoting effects of high vegetable intake in lean and obese men; Genes Nutr, 18 april 2013 [Epub ahead of print]. PMID 23595524.
TNO-studie toont subtiele gezondheidseffecten groente aan; persbericht TNO, 23 mei 2013.