Groente en fruit verkleinen kans op glaucoom

Glaucoom is de belangrijkste oorzak van onomkeerbaar gezichtsverlies en wordt gekenmerkt door het afsterven van retinale ganglioncellen. Het vroegtijdig afsterven van deze cellen kan het gevolg zijn van een probleem in de energieproductie binnen het oog, waardoor meer vrije radicalen worden geproduceerd. Als gevolg van dit afstervingsproces loopt de druk binnen het oog op. Deze drukverhoging kan leiden tot aantasting van het gezichtsvermogen en eventueel blindheid. Volgens schattingen leidt 2-3% van de westerse bevolking boven de 45 jaar aan deze oogaandoening.

Een publicatie in het tijdschrift ‘American Journal of Ophthalmology’ van oktober 2012 beschrijft een onderzoek naar een mogelijk verband tussen groente- en fruitconsumptie en het voorkomen van glaucoom bij een groep van bijna 600 oudere Afro-Amerikaanse vrouwen. Bij 77 van deze vrouwen (13%) werd in ten minste een oog glaucoom vastgesteld.
Vrouwen die 3 of meer porties fruit per dag gebruikten, hadden 79% minder kans op glaucoom in vergelijking met de vrouwen die minder dan 1 portie fruit per dag aten. Bij vrouwen die meer dan een keer per week boerenkool aten, werd een 57% lagere  kans op het krijgen van glaucoom gevonden in vergelijking met vrouwen die minder dan 1 x per maand boerenkool aten. Al met al constateren de onderzoekers dat er sprake is van een beschermend effect tegen glaucoom als er meer fruit en vruchtensappen, verse sinaasappelen, perziken en boerenkool worden gebruikt. Ook bestaat er een gunstige associatie met een hogere consumptie van wortels en spinazie.

Wanneer men kijkt naar de nutriënten uit de voedingsbronnen, werd er een beschermend effect gevonden bij een hogere inname van vitamine A, vitamine C en alfa-caroteen. Net geen significant effect werd gevonden voor bèta-caroteen, foliumzuur en luteïne/zeaxanthine.

Giaconi JA et al: The association of consumption of fruits/vegetables with decreased risk of glaucoma among older African-American women in the study of osteoporotic fractures; Am. J. Ophthalmol. 154(4):635-644, 2012. PMID 22818906.

(17-01-13)