Chondroïtine veilig en effectief bij artrose

Artrose is een gewrichtsaandoening waarbij het aangedane gewricht (bijvoorbeeld heup of knie) kraakbeen verliest. De botgroei die optreedt om de schade te herstellen maakt de situatie juist erger: het gewricht wordt pijnlijk en instabiel, hetgeen tot fysieke beperkingen kan leiden. In Nederland hebben zo’n 1,2 miljoen mensen artrose.

Chondroïtine sulfaat is verkrijgbaar als voedingssupplement dat de afbraak van kraakbeen zou kunnen stoppen en verloren gegaan kraakbeen kan herstellen. Verder bevat het zwavelhoudende aminozuren die belangrijke bouwstenen zijn voor kraakbeenmoleculen.

Voor deze review werden 43 studies beoordeeld waarbij in totaal 9.110 mensen met artrose waren betrokken: 4.962 deelnemers kregen alleen chondroïtine, in uiteenlopende doseringen, of in combinatie met glucosamine of een ander supplement en 4.148 deelnemers kregen een placebo of een ander controlemiddel, zoals pijnstillers (NSAID’s). Bij de meeste studies ging het om patiënten met knieartrose, enkele studies hadden betrekking op artrose van de hand en eentje op heupartrose. De duur van de studies varieerde van 1 maand tot 3 jaar.

De conclusies van de review luiden als volgt:

  • Chondroïtine vermindert op de korte termijn (korter dan 6 maanden) de pijn enigszins. Patiënten die chondroïtine gebruikten hadden een 10 punten lagere score op een 0-100 pijnschaal dan degenen die een placebo kregen (18 i.p.v. 28).
  • In de chondroïtinegroepen ondervonden iets meer mensen een 20% vermindering van kniepijn dan in de controlegroepen (53 t.o.v. 47).
  • Chondroïtine verbetert waarschijnlijk de kwaliteit van leven, gemeten met behulp van de Lequesne-index, waarin pijn, functioneren en beperkingen worden meegenomen. Mensen die chondroïtine gebruikten scoorden na 6 maanden 2 punten lager (beter) op een 0-24 schaal dan mensen in de controlegroepen (5 i.p.v. 7).
  • Chondroïtine remt enigszins de vernauwing van de gewrichtsspleet in het aangedane gewricht. Na 2 jaar chondroïtine-suppletie was de afname van de minimale ruimte in de gewrichtsspleet 0,18 mm minder dan in de controlegroepen (0,3 mm i.p.v. 0,48 mm).
  • Chondroïtinegebruik gaf minder bijwerkingen dan gebruik van andere controlemiddelen (3% t.o.v. 6%).

De onderzoekers plaatsen wel de kanttekening dat veel van de onderzochte studies methodologisch niet zo goed in elkaar zaten. Daarom zijn er volgens hen meer studies van hoge kwaliteit gewenst om de rol van chondroïtine bij de behandeling van artrose beter te kunnen bepalen.

Singh JA et al.: Chondroitin for osteoarthritis; Cochrane Database of Systematic Reviews 1:CD005614, 2015. PMID 25629804.

(190315)