Richtlijnen goede voeding 2015: in de goede richting maar nog stappen te maken

Begin november publiceerde de Gezondheidsraad de Richtlijnen goede voeding 2015.[1]

Ondanks dat de nieuwe richtlijnen een aantal goede ontwikkelingen laten zien, zijn een aantal adviezen die de Gezondheidsraad uit gegeven heeft nog wel voor verbetering vatbaar.

De nieuwe richtlijnen laten een aantal goede ontwikkelingen zien. Het wordt bijvoorbeeld aangeraden om meer plantaardig, meer volkoren, minder vlees en 15 gram noten per dag te eten. Opvallend aan deze nieuwe richtlijnen is de focus op voedingsmiddelen en -patronen in plaats van de focus op nutriënten. Alhoewel dit het makkelijker maakt om de richtlijnen in de praktijk te brengen gaat dit ten koste van de onderliggende redenatie die verklaart waarom bepaalde voedingsmiddelen of -patronen beter wel of niet gebruikt kunnen worden. De Gezondheidsraad heeft zich in het rapport beperkt tot de effecten van voeding op chronische aandoeningen (o.a. hart- en vaatziekten en darmkanker) en een beperkt aantal causale risicofactoren (o.a. hypertensie en verhoogd LDL-cholesterol). Dit is direct ook een beperking van de richtlijn; de adviezen draaien alleen om deze aandoeningen en risicofactoren.

Verhoging consumptie groenten en fruit nog steeds ontoereikend
Kort samengevat zou de gemiddelde Nederlander meer plantaardig en minder dierlijke voedingsmiddelen moeten gebruiken. Volgens de richtlijnen zou de consumptie van groenten voor de gemiddelde Nederlander omhoog moeten: minimaal 200 gram per dag. Dit is iets hoger dan de aanbeveling uit het vorige advies (150-200 gram). Kanttekening hierbij is dat de Gezondheidsraad vooral gekeken heeft naar de effecten van 200 gram ten opzichte van 125 of 50 gram groenten per dag en alleen gerelateerd aan hart- en vaatziekten. Uit deze analyse blijkt, niet geheel verrassend, dat 200 gram meer gezondheidsvoordelen biedt dan 125 of 50 gram. Echter, er staat geen verwijzing in het rapport naar onderzoeken die hebben gekeken naar grotere hoeveelheden groenten, en dat terwijl er ook bewijs is dat 375 gram groenten het risico op overlijden door kanker en cardiovasculaire ziekten sterker verlaagd dan een lagere hoeveelheid.[2]

Minder vlees
Er wordt volgens de Gezondheidsraad te veel rood en bewerkt vlees geconsumeerd. De consumptie van meer dan 100 gram rood vlees en meer dan 50 gram bewerkt vlees per dag verhoogt het risico op beroerte, diabetes, darmkanker en longkanker. De beperking van de consumptie van rood en bewerkt vlees heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ook onlangs in haar rapport opgenomen.[3]

Advies noten en peulvruchten goed, maar aan de lage kant
Noten en peulvruchten ((soja-)bonen, linzen, kikkererwten en spliterwten) verlagen het LDL-cholesterol en zijn gerelateerd aan een verminderd risico op coronaire hartziekten. Nieuw in de richtlijnen is dan ook het advies om dagelijks minimaal 15 gram ongezouten noten te eten en wekelijks peulvruchten. Onderzoeken die het rapport aanhaalt laten echter gunstige effecten zien bij hogere doseringen dan aanbevolen: 130 gram peulvruchten per dag (circa 1 portie per dag) en 35 gram noten per dag ter verlaging van het LDL-cholesterol.

Meer volkoren producten in plaats van geraffineerde producten
De Gezondheidsraad concludeert dat volkorenproducten het risico op coronaire hartziekten verlaagt en de inname van vezels uit volkorenproducten het risico op beroerte verlaagt. De Gezondheidsraad adviseert niet om meer graanproducten te gaan gebruiken maar om de geraffineerde varianten te gaan vervangen voor volkoren varianten.

Aardappelen zijn niet opgenomen in het rapport vanwege gebrek aan wetenschappelijke gegevens over gezondheidseffecten. Aangezien veel mensen in Nederland aardappelen eten en aardappelen, als afwisseling voor andere knolgewassen, bijdragen aan de inname van verschillende nutriënten zoals voedingsvezel, vitamine C, vitamine B6, kalium en polyfenolen, is dit een gemis in de richtlijnen.

Marginaal advies voor visconsumptie; advies voor boter achterhaald
De helft van de Nederlandse bevolking eet slechts twee tot drie porties vis per maand. Dit is te laag, vindt ook de Gezondheidsraad. Toch heeft de Gezondheidsraad het oude advies om ten minste 2 keer in de week vis te eten waarvan één keer vette vis laten varen en komt nu met het advies om 1 keer in de week vis te eten en bij voorkeur vette vis. Dit geeft, zoals staat beschreven in het rapport, de meeste gezondheidswinst ten opzichte van een lagere consumptie van vis. Dat is natuurlijk logisch maar zegt nog niets over de gezondheidseffecten van een hogere consumptie van vis. In het achtergronddocument van de Gezondheidsraad staan deze gezondheidseffecten van een hogere consumptie van vis overigens wel beschreven: visconsumptie van minimaal 5 keer in de week ten opzichte van minder dan eens per maand hangt samen met een ongeveer 20% lager risico op niet-fatale coronaire hartziekten.[4]

De Gezondheidsraad geeft de richtlijn om onder andere boter te vervangen voor zachte margarines, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën. Deze richtlijn betreft vooral het effect op het LDL cholesterol terwijl roomboter (verzadigd vet) naast verhoging van het LDL cholesterol ook verhoging van het HDL cholesterol geeft en in totaal een neutraal effect laat zien op de hartgezondheid.[5] Zachte margarines en vloeibare bak- en braadproducten zijn sterk bewerkte producten. De voorkeur vanuit de orthomoleculaire voedingsleer ligt bij zo puur en onbewerkt mogelijke voeding. Op basis van deze benadering zou roomboter dus de voorkeur hebben boven de zachte margarines en vloeibare bak- en braadproducten.

Thee verlaagt de bloeddruk en risico op beroerte
Het drinken van thee (groene en zwarte thee) verlaagt de bloeddruk met 2 mm Hg (bij 3-5 koppen) en het risico op een beroerte (bij 3-4 koppen). De Gezondheidsraad heeft dan ook de aanbeveling opgenomen om dagelijks 3 koppen thee te drinken.

Voedingssupplementen
Opvallend is in deze richtlijn ook dat het gebruik van voedingssupplementen wordt ontraden voor mensen die niet tot een specifieke groep behoren waarvoor een suppletieadvies geldt. Wanneer je volgens de nieuwe richtlijnen eet krijg je volgens de Gezondheidsraad genoeg binnen. Echter, in het rapport van de Gezondheidsraad staat beschreven dat Nederlanders gemiddeld slechts 125 gram groenten eten en maar 90 (mannen) tot 120 (vrouwen) gram fruit per dag. Van de kinderen (vanaf 7 jaar) eet slechts 1-2% voldoende groenten en van volwassenen is dit maximaal 14%. Het is de vraag waarom het nog altijd niet lukt om Nederlanders meer groenten, fruit, vis, noten, etc. te laten eten en hoe je ervoor kunt zorgen dat dit wél lukt. Tot die tijd is aanvulling van de tekortkomingen in de voeding door middel van in ieder geval een multivitamine preparaat een goede optie. Op deze manier kunnen voedingssupplementen bijdragen aan het verhogen van de veerkracht en kunnen zij ook vanuit preventief opzicht iets voor de gezondheid betekenen.

Referenties:

  1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201524_richtlijnen_goede_voeding_2015.pdf
  2. Oyebode, O., et al., Fruit and vegetable consumption and all-cause, cancer and CVD mortality: analysis of Health Survey for England data. Journal of Epidemiology and Community Health, 2014
  3. International Agency for Research on Cancer (IARC). http://www.iarc.fr/en/mediacentre/pr/2015/pdfs/pr240_E.pdf
  4. Achtergronddocument Gezondheidsraad. Vis. http://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/a1525_visa.pdf
  5. Mozaffarian. Lezing 4e Arts & Voeding Congres; Voeding Leeft. 29 mei 2015