Mensen met depressieve gevoelens hebben een andere microbioom

Onderzoek door Chinese wetenschappers toont aan dat mensen met depressieve gevoelens een ander microbioom hebben dan gezonde mensen. De onderzoekers verdeelden 46 proefpersonen over 3 groepen: patiënten met een acute depressieve stoornis, patiënten die een met succes behandelde depressieve stoornis hebben gehad en een gezonde controlegroep. Voor het onderzoek werd van iedere deelnemer de mate van depressiviteit bepaald en werden ontlastingsmonsters afgenomen. Vergeleken met de gezonde controlegroep, vonden de onderzoekers in de ontlastingsmonsters met behulp van DNA-analyse een verhoogde aanwezigheid van bacteriën behorend tot de Bacteroidetes, Proteobacteria en Actinobacteria, terwijl de Firmicutes verminderd waren in zowel patiënten met een acute depressieve stoornis als patiënten die een depressieve stoornis hebben gehad. Verder vonden de onderzoekers een negatieve correlatie tussen de mate van depressiviteit en Faecalibacterium: hoe meer faecalibacteriën, hoe minder depressieve klachten.

Ondanks het feit dat het gebruik van antidepressiva wijdverbreid is, reageert 30 - 40% niet op deze medicatie. Steeds meer studies wijzen erop dat het microbioom een rol speelt in het centrale zenuwstelsel. De mechanismen achter deze rol worden gezocht in onstekingsprocessen, de stress-as (HPA-as) en beïnvloeding van neurotransmissie. Zo wordt bijvoorbeeld een leaky gut geassocieerd met activatie van het immuunsysteem en de HPA-as. De onderzoekers doen geen uitspraken over de richting van causaliteit: het is nog niet duidelijk of de depressieve stoornis een gevolg of oorzaak is van de gewijzigde samenstelling van het microbioom. Er zijn namelijk verscheidene factoren die een rol spelen bij de microbioom samenstelling, zoals gezondheid, leeftijd, dieet en medicatiegebruik (zoals bijvoorbeeld antibiotica).

Referentie:

Jiang, H., et al., Altered fecal microbiota composition in patients with major depressive disorder. Brain Behav Immun, 2015. 48: p. 186-94.